Werk met uw cijfers
Via deze link kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrief.
Heeft u inzicht in uw bedrijf?
Pas als u weet hoe uw bedrijf er financieel gezien voorstaat, kunt u uw bedrijf goed sturen. Dat betekent dus dat u inzicht moet hebben in vragen als:
Loopt de omzet volgens planning? Blijven de kosten binnen de begroting? Ontwikkelt de nettowinst zich goed? Is er voldoende cashflow? Betalen de debiteuren ons tijdig? Betalen wij onze crediteuren tijdig? Behalen we voldoende rendement ten opzichte van het vermogen in het bedrijf.
Via onderstaande ratio’s en formules kunt u vanuit uw jaarrekening een antwoord geven op al deze vragen en nog vele meer. Uiteraard is het niet nodig om deze formules uit het hoofd te kennen. Maar af en toe stilstaan bij uw cijfers en daar wat dieper (eventueel samen met uw adviseur) in duiken kan absoluut helpen om uw bedrijf beter te begrijpen en tijdig bij te kunnen sturen waar dat nodig is. In alfabetische volgorde de verschillende ratio’s en formules die besproken worden.
Current Ratio
Crediteuren (termijn)
Debiteuren (termijn)
Quick Ratio
Rendement over vermogen
Rendement Totaal Vermogen
Rendement Eigen Vermogen
Rendement Vreemd Vermogen
Hefboomeffect
Rentedekkingsfactor (of Interest Coverage Ratio)
Solvabiliteitsratio’s
Solvabiliteit obv Totaal Vermogen
Solvabiliteit obv Eigen Vermogen
Solvabiliteit obv Debt Ratio
Voorraad termijn (relatie omzet en voorraad)
Werkkapitaal
Werkkapitaalratio
Aan de hand van onderstaande (vereenvoudigde) Balans en Verlies & Winstrekening zullen we alle ratio’s ook als voorbeeld berekenen (obv BV en 25,5% VPB)
Balans
gebouwen 240 aandelenkapitaal 50
inventaris 100 reserves 150
voorraden 100 hypotheek 200
debiteuren 100 rekening-courant 80
liquide middelen 20 + crediteuren 80 +
balanstotaal 560 balanstotaal 560
Verlies & Winstrekening
omzet 500.000
inkoop omzet 100.000
lonen/salarissen 150.000
afschrijvingen 60.000
overige kosten 115.000 -
bedrijfsresultaat 75.000
rentekosten 15.000 -
winst vóór belasting 60.000
belasting 15.300 -
winst na belasting 44.700
Current Ratio (CR)
vlottende activa / vlottende passiva (kort vreemd vermogen).
Een gezonde Current Ratio ligt tussen de 1 en 1,5. Zit de waarde daaronder dan is het lastig om de kortlopende schulden te financieren met de op korte termijn beschikbare bezittingen van de onderneming. Zit de Current Ratio tussen 1 en 1,5 dan kunnen de kortlopende schulden gefinancierd worden met de op korte termijn beschikbare bezittingen van de onderneming. Teveel beschikbare bezittingen is echter ook niet goed. Dit is bijvoorbeeld van toepassing op bedrijven met voorraden die redelijk snel verouderen, deze bedrijven moeten oppassen dat ze niet teveel voorraden hebben. Een partij kleding of elektronische apparatuur bijvoorbeeld is na enkele maanden vaak veel minder waard. Ondernemers in de zakelijke dienstverlening hebben hier bijna nooit mee te maken.
Rekenvoorbeeld: 320.000 / 160.000 = 2 (is te hoog)
Crediteuren (termijn)
Het loont altijd de moeite om kritisch te kijken wat uw gemiddelde crediteurentermijn is en of u niet wat langer kan wachten met betalen en daarmee geld vrij kan maken en kan zorgen dat uw leveranciers (deels) uw financier(s) worden.
Rekenvoorbeeld
Omzet: € 500.000,=
Inkoopprijs: € 100.000,=
Huidige crediteurentermijn: 25 dagen
Nieuwe crediteurentermijn: 45 dagen
Rente: 7%
Indien u uw openstaande rekeningen (inkoop) na vijfentwintig dagen betaalt, levert u dat een besparing op van € 479,= (100.000 x 25/365 x 7%). Betaalt u uw rekeningen nog twintig dagen later, dan levert u dat een besparing op van € 863,= (100.000 x 45/365 x 7%). Een verlenging (in overleg!) van de crediteurentermijn met twintig dagen levert u dus een financieel voordeel op van € 384,=.
Bij crediteurenbetalingen is het wel van belang om deze besparing af te zetten tegen eventuele snelbetalingskortingen die regelmatig verstrekt worden (bijv. 2% korting bij betaling binnen 8 dagen). Vaak wegen deze kortingen op tegen de besparing die u bij uw bank realiseert.
Debiteuren(termijn)
Uit de post debiteuren van de balans kunt u een aantal zaken opmaken. Als klanten er lang over doen voordat ze hun rekeningen betalen, kan dit bedrag flink oplopen. U bent dan feitelijk de financier van uw afnemers en uiteraard kunt/moet u zich de vraag stellen of u als financier wilt optreden en hoe lang u dat kunt volhouden. Door uw debiteurensaldo te delen door de omzet en dit te vermenigvuldigen met het aantal dagen per jaar krijgt u de debiteurentermijn. De norm hiervoor is ca. 30 – 60 dagen. Hoe korter de debiteurentermijn, hoe gunstiger dat is voor uw onderneming (met name voor uw liquiditeit).
Rekenvoorbeeld:
Omzet: 500.000 euro
Huidige debiteurentermijn: 60 dagen
Nieuwe debiteurentermijn: 40 dagen
Rente(bank): 7%
Een debiteurentermijn van 60 dagen kost u op jaarbasis € 5.753,= ((500.000 x 60/365) x 7%) aan financieringskosten. Indien u de termijn met 20 dagen verlaagt naar 40 dagen, kost u dat € 3.836,= per jaar ((500.000 x 40/365) x 7%). Een verlaging van 20 dagen levert u dus al snel een besparing van € 1.918,= op. Het enige dat u hiervoor moet doen is scherper op uw debiteuren zitten. Daarnaast verkleint u hiermee ook het risico van debiteuren die door omstandigheden niet meer kunnen betalen, waardoor u maar moet afwachten of uw vorderingen nog wel betaald worden.
Uiteraard is het ook mogelijk om dit traject uit te besteden, zie dit artikel voor meer informatie over de mogelijkheden hieromtrent.
Quick Ratio
Quick ratio is een getal om de financiële toestand en specifiek de liquiditeit van een bedrijf te meten. Het geeft de mate aan waarin de verschaffers van het kort vreemd vermogen uit de vlottende activa kunnen worden betaald. Hierin worden alleen de voorraden, in tegenstelling tot de current ratio, niet meegerekend. Deze kunnen vaak niet in zijn geheel verkocht worden, omdat daarmee de continuïteit van de onderneming in gevaar komt. Bovendien zal verlies van waarde bij gedwongen verkoop van de voorraden niet uit te sluiten zijn.
Een gezonde waarde moet minimaal 1 zijn. Wel moet er rekening gehouden worden met de betalingstermijnen. Als die van debiteuren langer is dan crediteuren kan men bij een waarde van 1 toch in gevaar komen.
Rekenvoorbeeld: 220.000 / 160.000 = 1,375
Rendement over het totale vermogen (RTV)
Het rendement (ofwel de rentabiliteit) over uw totale vermogen geeft antwoord op de vraag hoeveel winst uw bedrijf maakt in relatie tot de hoeveelheid geld in uw bedrijf. Dit is een goede ratio om te bekijken hoe financieel gezond uw bedrijf is.
U berekent het rendement over het totale vermogen als volgt:
1. Tel de nettowinst en de betaalde rente bij elkaar op (het bedrijfsresultaat).
2. Deel de uitkomst door het totale vermogen.
3. Vermenigvuldig de uitkomst met 100 procent.
Dit kengetal zegt echter niet alles. Een bedrijf dat op zich goed rendeert, kan toch in de problemen komen. Bijvoorbeeld in een situatie van te grote groei, waarbij de capaciteit om benodigd vreemd vermogen te lenen op een gegeven ogenblik tekort schiet.
Rekenvoorbeeld:
Nettowinst: € 44.700
Betaalde rente: € 15.000 +
Bedrijfsresultaat: € 59.700
Totaal Vermogen € 560.000
RTV: € 59.700 / € 560.00 * 100% =10,66%
Rendement over het eigen vermogen (REV)
Dit is een variant op het rendement van het totale vermogen. Het drukt uit hoeveel u als ondernemer met uw bedrijf verdient in relatie tot het door u geïnvesteerde vermogen.
U berekent het rendement over het eigen vermogen als volgt:
1. Deel de nettowinst door het (gemiddeld) eigen vermogen.
2. Vermenigvuldig de uitkomst met 100 procent.
Uiteraard streeft u ernaar om het rendement op uw eigen vermogen zo hoog mogelijk te laten uitkomen. De gewenste waarde is dat het rendement van het eigen vermogen een paar procent moet liggen boven de marktrente als vergoeding voor uw ondernemersinspanning.
Rekenvoorbeeld:
Nettowinst: € 44.700,=
Eigen vermogen: € 200.000,=
REV: € 44.700 / € 200.000 * 100% = 22,35%
Rendement Vreemd Vermogen (RVV)
Rentekosten / gem. vreemd vermogen, dit geeft feitelijk weer wat de gemiddelde financieringslasten (rente) zijn over het totaal uitstaande vreemde vermogen.
Rekenvoorbeeld:
Betaalde rente: € 15.000
Vreemd Vermogen € 360.000
RVV: € 15.000 / € 360.000 * 100% = 4,17%
Hefboomeffect
Als ondernemer investeert u kapitaal in uw bedrijf met als doel daar geld aan te verdienen. Geld investeren kost u geld in de vorm van rente. Zowel bij gebruik van eigen geld (u loopt dan rente mis) als bij het gebruik van vreemd geld (u betaalt rente). Dit is de reden dat uw rendement op het totale vermogen boven de marktrente moet uitkomen.
De marktrente als rendementspercentage is dan ook het omslagpunt voor het verantwoord gebruiken van vreemd kapitaal in de onderneming. Als het rendement over het totale vermogen hoger ligt dan de marktrente, stijgt het rendement over uw eigen vermogen uit boven het rendement over het totale vermogen. In dat geval kunt u meer verdienen als u vreemd vermogen heeft aangetrokken dan wanneer u uitsluitend eigen vermogen heeft gebruikt. Dit heet het hefboomeffect.
REV = RTV + {(RTV - RVV) x VV/EV} =
REV = 10,66% + ((10,66% - 4,17%) * (360.000/200.000)) = 22,35%
Rentedekkingsfactor (RF) (ook wel Interest Coverage Ratio (ICR) genoemd)
In hoeverre worden de rentekosten gedekt door uw bedrijfsresultaat. Kortom kunt u makkelijk de rentelasten van uw financiers betalen uit het gerealiseerde bedrijfsresultaat.
Banken stellen voor verschillende branches verschillende normen, uitgangspunt is dat de RF (ICR) minimaal 4 moet zijn. Immers, rente kan in de loop der tijden variëren, en u moet een hogere rente wel op kunnen vangen.
Hoe hoger het getal, hoe meer waarborg aan vreemde vermogensverschaffers gegeven kan worden dat de renteverplichtingen van het bedrijf nagekomen kunnen worden.
Rekenvoorbeeld (uitgaande van een BV):
Omzet: € 500.000
inkoopwaarde omzet € 100.000
lonen/salarissen € 150.000
afschrijvingen € 60.000
overige kosten € 115.000 -
bedrijfsresultaat € 75.000
rentekosten € 15.000 -
winst vóór belasting € 60.000
belasting € 15.300 -
winst na belasting € 44.700
Rentedekkingsfactor € 75.000 / € 15.000 = 5
Solvabiliteits ratio’s
in hoeverre is de onderneming in staat om alle schulden te voldoen ingeval van faillissement c.q. liquidatie. Kortom de solvabiliteit geeft antwoord op de vraag in hoeverre er tegenover uw schulden een dekking van uw bezittingen staat.
Er zijn 3 ratio’s die hier meer duidelijkheid in geven, namelijk:
1. Solvabiliteit: Eigen Vermogen (EV) / Totaal Vermogen (TV)
2. Eigen Vermogen / Vreemd Vermogen (VV)
3. Debt Ratio: Vreemd Vermogen / Totaal Vermogen
Ad 1) U berekent de solvabiliteit door het eigen vermogen te delen door het totaal vermogen. De gewenste waarde ligt tussen 10 en 50%, maar is zeer afhankelijk van de branche waarin u actief bent.
Ad 2) Een ander kengetal voor de solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het vreemd vermogen. De gewenste waarde is tussen de 20en 50%.
Ad 3) De laatste ratio is de debt ratio, deze geeft de verhouding weer tussen het vreemde vermogen en het totale vermogen, Deze moet een waarde hebben die niet hoger ligt dan 0,75. De debt ratio geeft aan in welke mate een bedrijf is gefinancierd met vreemd vermogen. Tevens geeft deze ratio aan in welke mate er nog vreemd vermogen aangetrokken kan gaan worden. Hoe hoger het getal, hoe slechter de solvabiliteit.
Overigens moeten we beseffen, dat een onderneming voor onprettige verrassingen kan komen te staan, als leningen over gesloten moeten worden bij een hoge rentestand.
Een getal dat daar meer inzicht in geeft is de interest coverage ratio.
Voorraad termijn (relatie omzet en voorraad)
De relatie tussen de omzet en de voorraad wordt bepaald door de omzet zelf (meer omzet zorgt voor meer voorraad) en de leveringstermijn voor de voorraad. Hoe langer de leveringstermijn van uw leverancier voor uw voorraad, des te hoger de voorraad moet worden om tijdig te kunnen leveren. Het kapitaalbeslag in uw voorraden is iets om ook continue alert op te zijn, aangezien dit u ongemerkt veel geld kan kosten of opleveren.
Omzet: € 500.000 euro
Inkoopprijs: € 100.000 euro
Huidige voorraadtermijn: 120 dagen
Nieuwe voorraadtermijn: 80 dagen
Rente: 7%
Het kapitaalbeslag op uw voorraden bedraagt bij een voorraadtermijn van 120 dagen, € 32.877,= (100.000 x 120/365). De jaarlijkse financieringslast bedraagt € 2.301,= (7% x € 32.877,=). In geval van een voorraadtermijn van 80 dagen bedraagt het kapitaalbeslag € 21.918,= euro (100.000 x 80/365), en de financieringslast € 1.534,=(€ 21.918,= x 7%). Een verlaging van de voorraadtermijn met 40 dagen levert u dus jaarlijks een besparing op van € 767,=. Een bijkomend voordeel is dat u wellicht ook kunt besparen op uw magazijnruimte.
Werkkapitaal
Het werkkapitaal geeft antwoord op de vraag hoeveel financiële ruimte u heeft om investeringen te doen zonder extra vermogen aan te hoeven trekken.
Het is dus de hoeveelheid geld die uw bedrijf nodig heeft om de bedrijfsactiviteiten goed te kunnen uitoefenen. Denk hierbij aan zaken als de inkoop van goederen, maar ook het betalen van de huur en de salarissen.
U berekent de hoeveelheid werkkapitaal als volgt:
1. Tel de vlottende activa en de liquide middelen bij elkaar op.
2. Trek hier het vreemd vermogen op korte termijn vanaf.
Werkkapitaalratio
Als u heeft uitgerekend hoeveel werkkapitaal u heeft, dan weet u nog niet of dat bedrag hoog genoeg is. Om dit enigszins te kunnen bepalen, wordt het werkkapitaal vaak gerelateerd aan de jaaromzet of aan het balanstotaal.
De werkkapitaalratio berekent u door het werkkapitaal te delen door het balanstotaal of de jaaromzet en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100 procent.
Gewenste waarde
De gewenste waarde ligt tussen de 10 en 20 procent. Een te hoge werkkapitaalratio kan duiden op onderliggende problemen zoals stagnatie in de afzet of te hoge voorraden.
Rekenvoorbeeld:
Voorraden: € 100.000,=
Debiteuren € 100.000,=
Liquide middelen: € 20.000.= +
Vlottende activa + liq. € 220.000,=
Rekening Courant: € 80.000,=
Crediteuren: € 80.000,= +
Kort vreemd verm. € 160.000,=
Werkapitaal: € 60.000,= (+)
Omzet: € 500.000,=
Werkkapitaalratio: € 60.000,= / € 500.000,= -> 12%
Bronnen: zibb; mkb servicedesk; wr; kennisbank; finovion; bizz
Algemeen nieuws