Specialisten en de bv, DGA en BTW
Via deze link kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrief.
Door een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie is het BTW-ondernemerschap van de DGA grotendeels beëindigd. Onderstaand een korte samenvatting van de consequenties.
BTW in 2002-2007
In 2002 besliste de Hoge Raad dat de DGA die meer dan 50% van de aandelen in zijn bv bezit en salaris ontvangt van deze bv, ondernemer is voor de omzetbelasting (BTW). Dit betekende in praktijk dat de DGA bij de Belastingdienst een BTW-identificatienummer moest aanvragen en voor zijn salaris aan zijn bv een factuur moest uitreiken vermeerderd met BTW. De aan hem in rekening gebrachte BTW (de 'voorbelasting') kon de DGA terugvragen. De DGA moest per kwartaal of maandelijks aangifte omzetbelasting doen bij de Belastingdienst.
BTW 18 oktober 2007 - heden
Met ingang van 18 oktober 2007 is grotendeels een einde gekomen aan het BTW-ondernemerschap van de DGA. Een DGA is volgens het Hof geen BTW-ondernemer voor werk dat hij in loondienst verricht voor zijn bv. De beslissing van het Hof heeft geen terugwerkende kracht. Dit betekent concreet dat de DGA BTW-ondernemer is geweest in de periode tussen 26 april 2002 en 18 oktober 2007.
Gevolgen van deze uitspraak
De DGA hoeft vanaf 18 oktober 2007 geen BTW meer te berekenen over het salaris dat hij van zijn bv ontvangt. Hier staat tegenover dat hij de BTW op kosten en investeringen niet meer in aftrek kan brengen. De DGA kan ook geen deel meer uitmaken van een fiscale eenheid omzetbelasting.
De DGA is BTW verschuldigd over investeringen (denk aan pc's, auto's) die hij als bedrijfsvermogen heeft aangemerkt. Het einde van het BTW-ondernemerschap kan hierdoor vervelend uitpakken voor de DGA die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de BTW op zijn woonbedrijfspand volledig in aftrek te brengen. Hij moet deze afgetrokken BTW volgens de Staatssecretaris van Financiën in één keer aangegeven en terugbetalen!
Overigens is er nog veel onduidelijkheid over wat nu de exacte consequenties zijn van dit besluit en hoe de belastingdienst hier in de praktijk mee om zal gaan. Ons advies is dat u samen met uw accountant of fiscalist kritisch naar de consequenties voor uzelf kijkt en daar waar nodig kunt u altijd bezwaar aantekenen.
Fiscale verschillen
In dit hoofdstuk zullen nog enkele fiscale verschillen worden behandeld die van belang zijn bij uw keuze tussen bv en eenmanszaak of vof.
- Bij eenmanszaak of vof bestaan in de inkomstenbelasting aantrekkelijke regelingen om een eventuele partner in de onderneming te laten meedraaien. Bijvoorbeeld,de man-vrouwfirma en de reële arbeidsbeloning. Voor de DGA bestaat alleen de mogelijkheid om zijn partner een salaris uit te keren. Voordeel is wel dat de DGA meer vrijheid heeft bij het bepalen van het loon van zijn partner. Voor de meewerkende partner met een aanmerkelijk belang in de bv (5% of meer van de aandelen) gelden echter ook de regels van het gebruikelijke loon.
- Bij een bv is de mogelijkheid van verliesverrekening beperkt. Wanneer een verliesgevende bv wordt opgeheven vervalt namelijk de mogelijkheid verlies te verrekenen. Bij een eenmanszaak bestaat de mogelijkheid ondernemingsverliezen in de toekomst te compenseren met positieve resultaten in box 1 zoals loon of pensioenuitkeringen.
- De DGA beschikt over veel verschillende mogelijkheden om op een belastingtechnisch aantrekkelijke manier pensioen op te bouwen. De mogelijkheden van een ondernemer met een eenmanszaak en een vof zijn veel beperkter.
- De startende ondernemer heeft in de inkomstenbelasting (naast zelfstandigenaftrek) recht op startersaftrek. De DGA en zijn bv kunnen hier geen gebruik van maken. Klik hier voor meer informatie over aftrekmogelijkheden in de eenmanszaak.
- Bij de bv bestaat de mogelijkheid om de behaalde winst niet uit te keren maar te gebruiken voor andere doeleinden. Een bv kan daarmee extra interessant zijn voor ondernemers die (in de eerste jaren van het ondernemerschap) willen investeren.
Bronnen: belastingdienst; ministerie van financien; regering.nl
Algemeen nieuws