Levensloop
Via deze link kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrief.
De levensloopregeling is een individuele regeling waarbij werknemers belastingvrij een deel van hun bruto salaris kunnen sparen. Met het gespaarde geld kunnen werknemers een periode van onbetaald verlof financieren. Te denken valt hierbij aan: eerder stoppen met werken, weer gaan studeren, een sabbatical nemen of betaald verlof opnemen. De levensloopregeling is per 1 januari 2006 van start gegaan.
Individueel
Het is voor werknemers niet verplicht om deel te nemen aan de levensloopregeling. Zij kunnen ook kiezen voor de spaarloonregeling. Bij de spaarloonregeling geldt een maximum inleg van € 613,- per jaar. Dan wordt het bedrag voor vier jaar geblokkeerd en daarna volledig uitgekeerd. Het is voor werknemers geen optie om gebruik te maken van de levensloopregeling èn de spaarloonregeling.
Collectief / Werkgevers
De keus is aan de werkgevers om mee te betalen aan de levensloopregeling, zij zijn hier niet tot verplicht. Als werkgevers wel meebetalen, dan moeten zij de werknemers die niet meedoen in de levensloopregeling de bijdrage als loon uitbetalen. Er kunnen afspraken worden gemaakt tussen de werkgevers en de werknemers om een collectief te starten. Middels een collectief kan goedkoper een levenslooprekening worden afgesloten bij een verzekeraar of een bank. Een individuele werknemer staat het vrij om wel of niet deel te nemen aan het collectieve contract.
Storten en opnemen
Voor werknemers bestaat de mogelijkheid om extra gespaarde tijd, bijvoorbeeld overwerkuren, bovenwettelijke vakantiedagen, of adv-dagen, om te laten zetten in geld. Het bedrag wat de gespaarde tijd vertegenwoordigd zal dan op de levensloopregeling worden gestort. De werknemer moet, als hij verlof opneemt, overleggen met zijn werkgever wanneer hij dit mag hebben, tenzij het gaat om verlof waar u volgens de wet recht op heeft, zoals langdurend verlof en ouderschapsverlof.
Belastingtechnisch
Bij de levensloopregeling spaart de werknemer van zijn brutoloon vóór belasting. Na aftrek van loon- en inkomstenbelasting worden de uitkeringen van de levensloopregeling pas gedaan. Deze constructie biedt extra voordelen voor de werknemer:
- bij de levensloopregeling ontvangt u extra rendement op uitgestelde belastingbedragen
- u kunt minder belasting gaan betalen omdat een lagere belastingschaal kan gelden
In 2007 krijgen deelnemers aan de levensloopregeling een hogere korting op de inkomstenbelasting als zij hun verlof opnemen. Dit bedrag was per deelgenomen jaar € 185,= en wordt € 188,=. Ouders die gebruikmaken van de levensloopregeling en onbetaald ouderschapsverlof opnemen, krijgen in 2007 ook een hoger fiscaal voordeel. Dit was in 2006 € 636,= per maand bij voltijd ouderschapsverlof en dat wordt in 2007 € 650,=. De fiscale tegemoetkoming bij ouderschapsverlof kent een maximum van drie maanden per kind. Beide ouders kunnen hier gebruik van maken. Als werknemer krijgt u een extra belastingkorting van € 183,= per gespaard jaar, dat is de levensloopverlofkorting. Daarnaast valt het levenslooptegoed niet in de vermogensrendementsbelasting (box 3).
Gevolgen voor werknemers in drie leeftijdsfasen
1. Wanneer u jonger bent dan 51 jaar mag u jaarlijks maximaal 12 procent van het bruto jaarsalaris inleggen in de levensloopregeling. U kunt een maximumtegoed op de levenslooprekening opbouwen van 210 procent van het bruto jaarsalaris. Hiermee zou u drie jaar eerder kunnen stoppen met werken, waarbij u een bruto uitkering van 70 procent van het jaarsalaris krijgt. Wanneer u uw tegoed opmaakt kunt u weer sparen voor nieuw tegoed.
U kunt, wanneer u vaak van werkgever wisselt, beter een individuele levensloopregeling afsluiten. Hiermee voorkomt u versnippering van uw tegoed op de levensloopspaarrekening en u hoeft dan elke keer als u van werkgever verandert niet steeds uw levenslooptegoed over te boeken.
2. Bent u tussen de 51 en de 56 (per 31 december 2005) dan is het afhankelijk van de regelingen die in uw CAO zijn opgenomen of u eerder kunt stoppen met werken. Wel kunt u gebruik maken van de overgangsregeling voor levensloopjaren. Net als bij werknemers jonger dan 51 jaar kunt u tot maximaal 210 procent van uw bruto jaarsalaris opbouwen op de levensloopregeling. U mag echter meer sparen dan 12 procent van uw bruto jaarsalaris per jaar. Hiervoor gelden dezelfde regelingen en belastingvoordelen als bij werknemers onder 51 jaar.
3. Bent u op 31 december 2005 ouder dan 56 jaar dan gelden voor u de bestaande regelingen voor VUT en prepensioen. Wel bestaat de mogelijkheid voor sociale partners om wijzigingen in de regelingen aan te brengen in de specifieke CAO´s. U kunt deelnemen aan de reguliere levensloopregeling.
Op de volgende sites kunt u terecht voor meer informatie over de levensloopregeling:
Algemeen nieuws