Begrippen en opzet van een jaarverslag
Via deze link kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrief.
Een jaarrekening staat vol met allerlei fiscale begrippen, die waarschijnlijk niet voor iedere ondernemer direct duidelijk zijn. Ook al heeft u het opmaken van uw jaarrekening en het doen van uw belastingaangifte uitbesteed aan uw accountant of belastingadviseur, toch is het verstandig om de begrippen die hierin voorkomen te begrijpen.
Onderstaand een opsomming van de meest voorkomende begrippen uit een jaarrekening. De begrippen staan in volgorde van de meeste jaarrekeningen
Boekjaar
Het jaar waarop de cijfers in de jaarrekening betrekking hebben. Bij de meeste Nederlandse bedrijven loopt dit van 1 januari tot en met 31 december, maar in het geval van een BV mag u bijvoorbeeld ook een ander boekjaar gebruiken. Dit kan gunstig zijn als u bijvoorbeeld een seizoensgebonden bedrijf hebt (een eenmanszaak is echter gebonden aan het kalenderjaar).
Boekwaarde
De boekwaarde is de waarde waartegen de activa en passiva op de balans zijn opgenomen. Voor de meeste balansposten is de boekwaarde ook de werkelijke waarde. Een banktegoed van 1000 euro is ook werkelijk 1000 euro waard. Maar soms kan de boekwaarde fors afwijken van de werkelijke waarde, zoals bij een gebouw. Een gebouw kan na veertig jaar zijn afgeschreven, maar in waarde zijn gestegen. Als u een bezitting boven de boekwaarde verkoopt is er sprake van een boekwinst.
Balans
De balans geeft een momentopname weer van het vermogen van uw onderneming. Meestal is dat moment 31 december (zeker op de jaarrekening), maar het kan ook een andere datum zijn. De balans is feitelijk niets anders dan de stand van de bezittingen en de schulden van uw bedrijf. Op de balans vindt u links waaraan u uw geld heeft besteed en rechts waar u het geld voor uw bedrijf vandaan heeft gehaald.
De namen 'activa' (credit) en 'passiva' (debet) in de balans zorgen vaak voor verwarring, maar zijn heel logisch. U gebruikt uw eigen financiële middelen en/of leent geld als middel om activa te kopen. De schuld blijft daarna staan op de balans aan de passivazijde. Met de aangekochte bezittingen wordt in uw bedrijf actief gewerkt of de aangekochte bezittingen worden actief verwerkt tot een product.
Als u dit verschil tussen 'actief' (activa) en 'passief' (passiva) goed tot u heeft laten doordringen, vergist zich nooit meer ten aanzien van de vraag tot welke groep bijvoorbeeld een rekening-courantkrediet behoort (passiva) of een machine (activa).
Onderstaand een verdere toelichting op de verschillende activa en passiva op de balans:
Activa
Activa kunt u onderverdelen in:
Vlottende activa: De vlottende activa zijn bezittingen van de onderneming, het vermogen dat erin is geïnvesteerd kan binnen een jaar vrijkomen als het wordt verkocht. Voorbeelden: de waarde van de voorraden, geld dat op uw zakelijke (bank)rekening staat en de debiteuren (facturen die nog niet betaald zijn door de opdrachtgevers).
Vaste activa: Als u bezittingen niet binnen een jaar te gelde kunt maken dan vallen ze onder de vaste activa. Vaste activa zijn weer onder te verdelen in een aantal soorten:
- Immateriële vaste activa: niet fysieke activa, zoals ontwikkelingskosten, research, goodwill.
- Materiële vaste activa: fysieke activa, zoals computers, pand, auto, etc..
- Financiële vaste activa: beleggingen op langere termijn, zoals aandelen.
Passiva
De activa van de onderneming worden gefinancierd met verschillende soorten kapitaal. Dit kapitaal noemt men passiva. Passiva kunt u onderverdelen in:
- Eigen vermogen: het verschil tussen bezittingen en schulden (ofwel de totale activa en het vreemd vermogen). Eigen vermogen kan uit meerdere delen bestaan:
- Gestort en opgevraagd kapitaal: het aandelenkapitaal dat in bezit is van de aandeelhouders.
- Agio: het bedrag dat aandeelhouders meer hebben betaald dan de aandelen waard zijn.
- Herwaarderingsreserve: een reserve dat net zo groot is als het verschil tussen de boekwaarde voor en na de herwaardering van een bezit.
- Wettelijke en statutaire reserves: overige wettelijke verplichte en in de statuten vermelde reserves.
- Overige reserves: alle overige reserves, zoals dividend.
- Onverdeelde winst: positieve uitkomst van de winst- en verliesrekening.
- Saldo verlies: negatieve uitkomst van de winst- en verliesrekening.
- Aandeel derden: eventuele dochterondernemingen.
- Voorzieningen: hierin worden bedragen geboekt om aan verplichtingen te kunnen voldoen die in de toekomst (kunnen) ontstaan, zoals pensioenvoorzieningen en verzekeringen.
- Langlopende schulden: te betalen bedragen met een looptijd langer dan 1 jaar. Bijvoorbeeld, financiering op een pand, inventaris, etc. (lange of middellange leningen en hypothecaire leningen)
- Kortlopende schulden: te betalen bedragen met een looptijd korter dan 1 jaar. Bijvoorbeeld leveranciers (crediteuren), of de schuld op een (bank)rekening waarop u rood kunt staan (een rekening courant (krediet)).
Winst- en verliesrekening (resultatenrekening)
De winst- en verliesrekening (ook wel resultatenrekening genoemd) is een overzicht van de opbrengsten en kosten over een bepaalde periode (meestal een jaar). De winst- en verliesrekening geeft inzicht in de gang van zaken bij een bedrijf. Hoeveel winst of verlies is er gemaakt? Gaat het goed of gaat het slecht in vergelijking tot vorig jaar?
Onderstaand een uitgebreide opsomming van mogelijke posten in de V&W:
Opbrengsten
Optelsom der bedrijfsopbrengsten:
Netto omzet
Wijziging in voorraden (verschil tussen voorraad aan begin en eind van het jaar, kan zowel positief als negatief zijn)
Geactiveerde productie (onverkochte producten die wel in de opbrengsten worden opgenomen omdat ze een toegevoegde waarde hebben)
Overige bedrijfsopbrengsten (opbrengsten die wel tot de normale opbrengsten worden gerekend maar niet tot de netto omzet)
Bedrijfsresultaat:
resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor de financiële resultaten.
Financiële baten:
Renteopbrengsten
Opbrengst financiële vaste activa
Koersresultaat
Opbrengst effecten
overige financiële baten
Saldo financiële baten en lasten
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belasting:
Uitkomst alle posten die boven deze post staan
Aandeel in winst/verliesdeelnemingen:
Resultaat van deelneming voor belasting.
Resultaat uit bedrijfsoefening voor belastingen:
Uitkomst alle posten die boven deze post staan.
Buitengewone baten:
Buitengewone baten
Incidentele baten
Andere baten die niet uit gewone bedrijfsuitoefening voortvloeien, zoals resultaat uit verkoop deelneming
Saldo buitengewone baten en lasten: baten en lasten die niet apart vermeld kunnen worden, zoals belastingen
Overige baten:
Baten die binnen de bedrijfsuitvoering vallen en niet onder andere posten vallen.
Buitengewoon resultaat na belastingen
Resultaat uit deelnemingen na belastingen.
Saldo overige baten en lasten na belastingen: niet onder andere genoemde posten te plaatsen bedragen.
Kosten
Bedrijfskosten.:
Grond
Personeel
Financiële lasten:
Rentelasten
Koersresultaten (indien negatief)
Overige financiële lasten.
Belasting uit gewone bedrijfsuitoefening: vennootschapsbelasting, indien negatief krijg je belasting terug.
Buitengewone lasten:
Buitengewone lasten
Incidentele lasten
Lasten die niet uit gewone bedrijfsuitoefening zijn ontstaan
Kostprijs van de omzet:
Inkoopwaarde van de omzet en kostprijs van de omzet.
Verkoop- en beheerkosten:
Afschrijvingskosten
Personeelskosten
Overige bedrijfskosten.
Afschrijvingen:
Afschrijvingen van materiële en immateriële activa.
Salarissen en sociale lasten:
Lonen
Loonkosten
Personeelskosten
Sociale lasten
Sociale premies (WW/AOW)
Overige lasten:
Lasten die binnen de bedrijfsvoering vallen die niet onder een andere post vallen.
Overige belastingen:
Alle andere vormen van belasting, zoals kapitaalbelasting.
Overige bedrijfslasten:
Het deel van de verkoop- en beheerskosten dat niet uit afschrijvingen en/of salarissen en sociale lasten bestaat.
Netto-bedrijfsresultaat
Dit wordt ook wel het resultaat na belastingen genoemd. Het is het saldo van alle opbrengsten en kosten tijdens een periode. De berekening: het bedrijfsresultaat vermeerderd met het saldo van de financiële kosten en opbrengsten, het saldo van de buitengewone baten en lasten, en daarna verminderd met de heffing van belastingen.
Afschrijvingen
De meeste duurdere apparaten en machines gaan langer mee dan een jaar. Een computer bijvoorbeeld kun je zo'n vijf jaar gebruiken voordat het ding verouderd is. De aanschaf van dergelijke apparaten, die duurder zijn dan 450 euro en langer meegaan dan één jaar noemen we investeringen. Elk jaar wordt een evenredig deel overgeboekt naar de kostenrekening. Dit zijn de afschrijvingen, waardoor het desbetreffende apparaat in waarde vermindert.
Hoe werkt afschrijven?
Stel je koopt een computer van €1000,- en die gaat ongeveer vijf jaar mee. Dan kost je dat €200,- per jaar, wat als verlies(afschrijving) in de winst- en verliesrekening terug te vinden is.
Aftrekposten
Belastingvrijstellingen voor ondernemers. Enkele voorbeelden van aftrekposten zijn: zelfstandigenaftrek, startersaftrek en investeringsaftrek. Klik voor meer informatie over deze posten op deze link voor ons artikel hierover.
Bronnen: Belastingdienst; Lancelots; MKB-servicedesk; KvK
Algemeen nieuws